Extra materiaal Rijnland Praktijkboekje VIII

Een brief van een schooldirecteur

 

“Onze school is vanouds sterk traditioneel ingesteld. De managementfilosofie is simpel: de leiding denkt, de leerkrachten doen. Het effect is te voorspellen: eenheidsworst in de klassen, geen ruimte voor experimenten, toch wel stiekeme individuele toepassinkjes, een ontkenning van individuele kwaliteiten, het accent op organisatie in plaats van inhoud, houtje-touwtje-oplossingen voor structurele problemen, etc. De schijnbaar collectieve ambitie leidt slechts tot ‘ik doe mijn ding binnen mijn klas’ en men vreest de klassenbezoeken van de leiding. Het team dacht team te zijn door gezellig te keuvelen over zaken uit het persoonlijk leven.

 

Al jaren heeft het Angelsaksisch denken het onderwijs in zijn greep: prestatienormen, boekhoudstrategieën, opbrengstgerichtheid, ontwikkelingsperspectieven, competentie denken… Het zijn modellen waarin de optimale leerling door de leerkracht op welhaast technische wijze maakbaar wordt gemaakt. De effecten zijn desastreus. Mensen zijn veelvormig in ontwikkeling en gedrag. Ze ophokken in denktranten ontkent hun individuele uniciteit. Door ze te uniformeren en in te delen in ontwikkelingsklassen (A tot en met E), richt het onderwijs zich steeds meer op strakke modellen. Het slaat de lucht uit de longen van de creatieve, op actualiteiten inspelende leerkrachten. Digitale lesborden vernieuwen slechts de slagorde van lesprogramma’s, maar negeren de oorspronkelijk ingeslagen weg van meer individueel onderwijs.

 

Leerkrachten zijn bang geworden. Ze verkrampen en houden zich slaafs aan de door methoden en inspectienormen opgelegde leerweg. Het CITO-monster wacht tweemaal per jaar met wijd opengesperde muil op resultaten. Rekenen en taal domineren, de agogische vorming is niet meetbaar en dus niet interessant.

 

Onder de kinderen stijgt de onrust. Ze zijn beweeglijker, brutaler, moeilijker, ongeconcentreerder, dyslectischer, autistischer dan ooit. Interne begeleiders besteden 80% van hun tijd aan het invullen van aanvraagformulieren voor onderzoek en verwijzing. Ook ouders worden ongeruster. Hun greep op het eigen kind zijn ze meer en meer kwijt. Ze werken zich allebei een slag in de rondte, slepen de kinderen van opvang naar bed en terug en lopen tussentijds hun privénetwerk in moordend tempo af. De frustratie is voelbaar. Het korte lontje regeert, de stijl van eens rustig praten met elkaar raakt verloren.

 

Leerkrachten, ouders en kinderen vertonen tekenen van uitputting. Lichamelijk en mentaal. De strakke banden van het prestatieleven knellen. Meer en meer komen er opstandjes. Vlak voor de vakanties vragen opvallend veel ouders gesprekken aan met mij als vertegenwoordiger van de schoolleiding. Ze storten dan de balans van hun ontregeld leven op het bureau van de eindverantwoordelijke over hun kind.

 

Ondertussen neemt de belangstelling voor het huiselijk leven van weleer toe: nieuwe termen als ‘ontstressen’ en ‘chillen’ verraden een verlangen naar innerlijke rust en regelmaat. Nu velen zich bedreigd voelen door het door het verdwijnen van de zekerheid van een baan of hypotheek, richt de aandacht zich langzaam maar zeker weer op de essenties. De mens als mens, niet als machine. De politiek weet misschien nog niet zeker dat de aarde opwarmt, maar de temperatuur stijgt desondanks merkbaar. Om ons heen zien we de eerste aarzelende pogingen om te ontsnappen aan Angelsaksische gekte. Het onderwijs zou – als grondlegger van de menselijke ontwikkeling – als eerste moeten zien te ontsnappen. Scholen zijn in de loop der jaren machines geworden. De kracht van het individu is ondergeschikt gemaakt aan de invloed van het totaal. Niemand weet meer wat hij of zij zelf mag. Iedereen kijkt naar omhoog. De oplossing ligt er dan ook in door te leren naar beneden te kijken. Basale verantwoordelijkheid terug te brengen bij degenen die het werk doen: de leerkrachten en de leerlingen.”

 

Via Jaap Peters, Mathieu Weggeman